Nieuws Plantenpest(er): Bladaaltjes bedreigen onze aardbeien.
Bladaaltjes? Wat zijn dat?
Bij schade veroorzaakt door aaltjes (of nematoden) denkt men vooral aan de aaltjes die in de bodem leven en schade veroorzaken aan het wortelstelsel van planten, waardoor deze slecht groeien, vergelen en vlugger verwelken bij droogte. Weinigen weten dat er ook aaltjes zijn die de bovengrondse plantendelen beschadigen, zoals bladeren, stengels, bloemen, zaden en vruchten.
In Europa komen 3 economisch belangrijke soorten van deze bladaaltjes voor : Aphelenchoides besseyi, Aphelenchoides fragariae en Aphelenchoides ritzemabosi. Aphelenchoides besseyi, het rijstbladaaltje, komt enkel in het zuiden en het oosten van Europa voor, in de regio’s waar er rijst wordt gekweekt. Wereldwijd is dit aaltje verantwoordelijk voor een aanzienlijk productieverlies in dit gewas. Het chrysantenbladaaltje (Aphelenchoides ritzemabosi) en het aardbeibladaaltje (Aphelenchoides fragariae), zijn twee soorten bladaaltjes die wel voorkomen in gans Europa. In België vormt enkel het aardbeibladaaltje een bedreiging. Dit aaltje heeft vele waardplanten, maar aardbei (Fragaria x ananassa) is de voornaamste.Het aardbeibladaaltje heeft de status van RNQP (Regulated Non-Quarantine Pest), wat betekent dat het aaltje niet mag aanwezig zijn in vermeerderingsmateriaal en gecertificeerd teeltmateriaal van aardbei. Ook de andere bladaaltjes hebben trouwens de RNQP status in aardbei. Toch werden er in 2024 problemen met bladaaltjes, meer bepaald A. fragariae, vastgesteld bij aardbeien en in 2025 breidde het probleem zich nog verder uit.
Hoe kan je de symptomen herkennen?
Het typische schadebeeld in aardbei is misvorming van de bladeren (Figuur 1). De bladeren zijn gerimpeld, groeien niet goed uit, zijn donkergekleurd en het bladoppervlak is hard en ruw. De bladeren vertonen ook necrotische vlekken en kunnen uiteindelijk volledig afsterven. Ook blad- en bloemknoppen worden aangetast; deze worden bruin en vallen af, wat leidt tot een verminderde opbrengst.
Enkel op aardbei?
Naast aardbei zijn er nog heel wat meer planten die kunnen worden aangetast door A. fragariae, zoals anemoon, azalea, begonia, calathea, ficus, hortensia, hosta, peperomia, pioen, phlox,… Ook varens zijn zeer goede waardplanten voor dit aaltje. Daarnaast zijn ook heel wat courante onkruiden waar dit aaltje graag vertoeft, zoals herderstasje, klein kruiskruid, zwarte nachtschade, veldereprijs…. Ze kunnen zich zelfs voeden en voortplanten op schimmels.
Levenscyclus van de bladaaltjes
Bladaaltjes hebben een korte levenscyclus: bij 18°C duurt deze slechts 10 tot 14 dagen, waardoor ze op korte tijd zeer sterk in aantal kunnen toenemen. Wanneer het blad vochtig is kunnen de aaltjes binnendringen via de huidmondjes of doorheen de dunnere epidermis onderaan het blad (endoparasitaire groei). De beweging van de nematoden binnenin het blad wordt beperkt door de bladnerven wat kan leiden tot een typisch mozaiekachtig schadebeeld (Figuur 2).
De bladaaltjes kunnen ook ectoparasitair (aan de buitenkant van de plant) leven binnenin de opgevouwen kroon of in de bloemknoppen.
Bladaaltjes kunnen slechts korte tijd (4 weken) overleven in de bodem, maar in opgedroogd plantenmateriaal kunnen ze in uitgedroogde toestand (adulten en laatste larven stadium) wel verschillende maanden overleven. Wanneer de omstandigheden opnieuw gunstig zijn, kunnen ze via een waterfilm op de planten deze opnieuw infecteren (Figuur 3).
Wat kan je doen om verspreiding te voorkomen?
Bladaaltjes kunnen zich snel verspreiden tussen planten, zeker wanneer planten elkaar raken en er een waterfilm aanwezig is op de planten. Aangetaste planten moeten dan ook zo snel mogelijk worden verwijderd en vernietigd. Indien mogelijk raken de planten elkaar niet en wordt het gewas zoveel mogelijk droog gehouden. Daarnaast zijn ook de klassieke hygiëne maatregelen van toepassing, alle gereedschap en potten moeten ontsmet worden door een warmwaterbehandeling en plantenresten kan je best snel opruimen. De aaltjes kunnen ook worden verspreid via opspattend water en natuurlijk via besmet vermeerderingsmateriaal. Hand- en kledijhygiëne kunnen tot slot verspreiding helpen voorkomen na contact met (besmette) planten.
Wat doet ILVO?
In het ILVO Diagnosecentrum voor Planten kunnen we de bladaaltjes extraheren uit de planten en ze nadien kwantificeren en morfologisch identificeren met behulp van microscopische en moleculaire detectietechnieken. Omwille van de toename van de problematiek met bladaaltjes, bereiden we de aanvraag voor van twee onderzoeksprojecten.
Diagnosecentrum voor Planten