Nieuws Paniek om niks? Ongevaarlijke kakkerlakken in huis.

05/12/2025

Kakkerlakken hebben een slechte reputatie als onhygiënische beestjes, en worden daarom door veel mensen als ‘ongedierte’ beschouwd. Indien een kakkerlak in huis opduikt, heerst er dan ook vaak paniek, wat in de meeste gevallen totaal ongegrond is. Er bestaan namelijk heel wat kakkerlaksoorten die volledig onschuldig zijn en gewoon in de natuur voorkomen. Deze kunnen soms per toeval in huis terecht komen; de laatste jaren zien we dit steeds vaker. Om welke soorten gaat het en hoe kun je deze onschadelijke insecten van de ongewenste ‘huiskakkerlaksoorten’ onderscheiden?

Wat zijn kakkerlakken?

Kakkerlakken zijn zeer beweeglijke, afgeplatte, vaak bruinachtige insecten met min of meer verharde voorvleugels. Ze hebben lange, draadvormige antennes, lange, doornige poten en een paar doornachtige uitsteeksels (cerci) aan het achterlijf. De onvolwassen exemplaren worden nimfen genoemd en lijken vaak op de adulten, maar ze zijn kleiner en hebben geen vleugels.

Kakkerlakken zijn notoir omnivoor, wat betekent dat ze vrijwel alles eten. Ze staan bekend als 'opportunistische eters' en kunnen overleven op een ongelooflijk breed scala aan voedselbronnen. Een beperkt aantal soorten vindt dit voedsel in de omgeving van de mens en vormt dus binnenshuis een probleem. Deze ongewenste kakkerlakken zijn exoten die zich makkelijk aanpassen aan de warme, vochtige leefomgeving die mensen creëren. Het merendeel van alle andere kakkerlaksoorten leeft echter buiten in de vrije natuur en heeft binnenshuis niks te zoeken. In België gaat het om verscheidene inheemse soorten boskakkerlakken en een nieuwkomer uit het zuiden: de dwarsbandkakkerlak.

Inheemse boskakkerlakken

Boskakkerlakken (geslacht: Ectobius) komen vooral voor in bossen, heide, duinen en weiden. Het zijn bodem- en vegetatiebewoners en ze verschuilen zich vaak onder bladeren en boomschors, in strooisel en mos. Boskakkerlakken spelen een belangrijke rol in de natuur omdat ze organisch materiaal afbreken. Hiermee ondersteunen ze de nutriëntencyclus en dragen ze bij aan de bodemgezondheid. Daarnaast vormt de boskakkerlak een voedselbron voor vogels, kikkers, spinnen en andere roofdieren.

Boskakkerlakken zijn van nature erg schuw en pas actief als het begint te schemeren. Twee soorten boskakkerlakken, met name de ‘echte’ boskakkerlak (Ectobius sylvestris) en de Noordse kakkerlak (Ectobius lapponicus), worden weleens aangetroffen in woningen. Meestal gaat het dan om huizen in een groene omgeving. De diertjes komen via naden en kieren of door openstaande ramen en deuren de woning binnen. Ook met vers gekapt haardhout kunnen grote aantallen boskakkerlakken direct vanuit het bos meegenomen worden. Aangezien deze soorten goed gedijen in een vochtige omgeving, sterven ze binnenshuis vrij snel. Je doet er dan ook goed aan deze nuttige insecten zo snel mogelijk terug naar buiten te leiden.

Hoe kun je deze twee inheemse soorten nu herkennen?

De Noordse kakkerlak heeft een lichaamslengte van 9 tot 11 mm. Hij is bruin van kleur, met een zwart, roodbruin of geel halsschild (= afgerond driehoekig deel achter de kop). Het vrouwtje is lichter van kleur dan het mannetje. De vleugels van beide geslachten hebben een duidelijke beadering. Volwassen exemplaren vind je tussen april en oktober.

Vrouwelijke Noordse kakkerlak
Vrouwelijke Noordse kakkerlak, met bleek halschild en duidelijk beaderde, bleke vleugels. ©Carina Van Steenwinkel – waarnemingen.be
Mannelijke Noordse kakkerlak
Mannelijke Noordse kakkerlak, gekenmerkt door een donker halsschild en duidelijke geaderde, bruinachtige vleugels. ©Gabriel Casalanguida – waarnemingen.be

De ‘echte’ boskakkerlak is iets kleiner (7 tot 11 mm) en heeft een donkerbruin tot zwart halsschild met een scherp afgelijnde bleke rand. De vleugels van mannetjes zijn volledig ontwikkeld en steken uit voorbij het uiteinde van het lichaam, terwijl de vleugels van vrouwtjes sterk zijn verkleind en slechts de helft van het achterlijf bedekken. Zowel mannetjes als vrouwtjes hebben vleugels met een duidelijke beadering en donkere stippen. De volwassene exemplaren komen van april tot november voor.

Mannelijke ‘echte’ boskakkerlak
Mannelijke ‘echte’ boskakkerlak, met halsschild voorzien van een scherp afgelijnde bleke rand en met lange, beaderde vleugels met donkere stippen. ©Tomas Tarvainis – Creative Commons BY-NC-SA 4.0
Vrouwelijke ‘echte’ boskakkerlak
Vrouwelijke ‘echte’ boskakkerlak, met halsschild voorzien van een scherp afgelijnde bleke rand en met sterk verkorte, beaderde vleugels met donkere stippen. ©JL. Frerotte – waarnemingen.be

De dwarsbandkakkerlak

De laatste jaren ontvangen we steeds meer meldingen van kakkerlakken binnenshuis. In nagenoeg alle gevallen gaat het om de dwarsbandkakkerlak (Planuncus tingitanus s.l.). Net zoals de hogerop beschreven inheemse boskkakerlaksoorten leeft deze soort normaal buiten, waar ze zich voedt met rottend organisch plantenmateriaal zoals afgevallen bladeren. Ze dankt haar naam aan het uiterlijk tijdens het nimfstadium: de nimfen zijn donker van kleur en bezitten een duidelijke, witte band die dwars over het lichaam loopt.

Nimf van een dwarsbandkakkerlak
Nimf van een dwarsbandkakkerlak, gekenmerkt door een zwart lichaam met een witte, dwarse band. ©Heiko Wagner – Wikimedia Commons CC-BY-SA-4.0

De exacte herkomst van de dwarsbandkakkerlak staat nog ter discussie, maar het staat vast dat ze in de jaren 80-90 al voorkwam in Spanje en Zuid-Frankrijk en zich vanaf 2005 naar meer noordelijk gelegen Europese landen heeft verspreid. In België werd ze voor het eerst vastgesteld in 2011 (volgens waarnemingen.be), tien jaar later werd de soort in Vlaanderen als ingeburgerd beschouwd. Omdat deze soort oorspronkelijk afkomstig is uit warmere regio’s, heeft ze meer behoefte aan warmte dan onze inheemse boskakkerlaksoorten. Daarom wordt de dwarsbandkakkerlak wat vaker aangetroffen in tuinen en parken in dichtbebouwd gebied, vaak in de buurt van warme gevels. Hierdoor én doordat ze wordt aangetrokken door lichtbronnen, komt de dwarsbandkakkerlak vaker binnengewandeld of -gevlogen dan andere soorten. Binnenshuis valt echter niks voor deze soort te rapen en vormt ze geen risico. Om eventuele hinder te beperken, doe je er goed aan om mogelijke schuilplaatsen rondom het huis, zoals afgevallen bladeren, te verwijderen.

Adulte dwarsbandkakkerlakken zijn actief van juni tot december, met een piek in augustus. Ze bewegen razendsnel, maar als ze zich even stilhouden, kun je ze herkennen aan de witte band tussen de ogen. Daarnaast reiken de vleugels niet tot het uiteinde van het achterlijf en vertonen ze geen donkere stippen (zoals de ‘echte’ boskakkerlak).

Volwassen dwarsbandkakkerlak
Volwassen dwarsbandkakkerlak, gekenmerkt door de licht verkorte vleugels en de witte band tussen de zwarte ogen. ©Danny Declercq

Plaagsoorten in huis

Van de kakkerlaksoorten die bij ons een plaag binnenshuis kunnen vormen, zijn er slechts twee soorten die qua grootte (10 à 15 mm lang) te verwarren zijn met de inheemse boskakkerlaksoorten en de dwarsbandkakkerlak. Het gaat om de Duitse kakkerlak (Blatella germanica), de meest voorkomende plaagkakkerlak in België, en de bruinbandkakkerlak (Supella longipalpa), welke eerder zeldzaam is bij ons. Soorten die groter zijn dan 2 cm, zoals de Oosterse kakkerlak of bakkerstor (Blatta orientalis), de Amerikaanse kakkerlak (Periplaneta americana) en de Surinaamse kakkerlak (Pycnoscelus surinamensis) zullen we hier niet verder behandelen. De aanwezigheid van één van deze plaagkakkerlakken in huis vereist bestrijding via een gecombineerde aanpak van hygiënemaatregelen en, indien nodig, bestrijdingsmiddelen of professionele hulp. Omdat deze kakkerlakken ziektes kunnen verspreiden, is snel handelen essentieel!

Veel kakkerlaksoorten zijn lichtschuw; zo ook Duitse kakkerlakken. Overdag houden zij zich schuil op donkere, warme en vochtige plaatsen, bijvoorbeeld bij de motor van de koelkast, achter keukenkastjes, bij waterleidingen, wasbakken, verwarmingsapparatuur of onder vloeren bij verwarmingsbuizen. ’s Nachts gaan zij op zoek naar voedsel. Duitse kakkerlakken zijn strogeel tot lichtbruin van kleur en hebben twee duidelijke zwarte lengtestrepen op het halsschild, lange antennen en lange vleugels. Hun lichaam is 10 tot 15 mm lang. Jonge kakkerlakken zijn 2 tot 12 mm lang en hebben nog geen vleugels.

Volwassen Duitse kakkerlak
Volwassen Duitse kakkerlak, getypeerd door de twee duidelijke zwarte lengtestrepen op het halsschild. ©Pierre Fourez – waarnemingen.be

In tegenstelling tot de Duitse kakkerlak is de bruinbandkakkerlak niet of weinig lichtschuw en vliegt deze gemakkelijk op als ze wordt verstoord. Ze heeft ook minder vocht nodig dan de Duitse kakkerlak en kan daarom ook worden aangetroffen op drogere plaatsen in huis. De soort komt bijvoorbeeld voor in woonkamers waar ze zich verschuilt in meubels, achter wandplaten en boeken, of achter losse randen van het behang.

Bruinbandkakkerlakken zijn moeilijker te onderscheiden van inheemse boskakkerlakken, want ze hebben een gelijkaardige lengte (10-15 mm) en kleur (bruin tot lichtbruin). Kenmerkend evenwel zijn de twee lichtgekleurde, dwarse banden over de vleugels en het achterlijf, die soms onderbroken of onregelmatig lijken, maar toch goed zichtbaar zijn. De banden kunnen gedeeltelijk door de vleugels worden bedekt. De vleugels van het mannetje bedekken het achterlijf, terwijl die van het vrouwtje het achterlijf niet volledig bedekken. Mannetjes zijn slanker dan vrouwtjes. Ook nimfen hebben 2 dwarse bleke (en twee donkere) banden op het lichaam.

Volwassen bruinbandkakkerlak (mannetje)
Volwassen bruinbandkakkerlak (mannetje), met de typerende twee lichtgekleurde, dwarse banden over vleugels en achterlijf. ©Subhajit Roy – iNaturalist.org - Creative Commons BY-NC-ND 4.0

Vragen?

Contacteer ons

Jochem Bonte

Expert plantengezondheid en plantschadelijke insecten & mijten