Nieuws Schors- en ambrosiakevers: kleine kevertjes, grote impact

18/03/2026

Schors- en ambrosiakevers zijn minuscule kevertjes (amper 1,5-10 mm groot) die leven in hout (Fig 1). Ze lijken onschuldig, maar kunnen – eens ze zich massaal vestigen – een enorme impact hebben op bomen in bossen, parken en boomkwekerijen, met grote bomensterfte tot gevolg. Ze tasten zowel naald- als loofbomen aan en maken oppervlakkige gangen in de stam en takken van de boom. Via internationaal houttransport reizen ze makkelijk mee onder de schors (Fig 2), waardoor ze zich stiekem wereldwijd kunnen verspreiden.

Afbeelding van lps typographus en Dendroctonus micans
Fig 1: Afbeelding van twee schorskeversoorten: de letterzetter (lps typographus) (links) en Dendroctonus micans (rechts) (CC BY-SA 2.0 © Gilles San Martin)
Orthotomicus laricis en Pityogenes chalcographus
Fig 2: Poppen en volwassen exemplaar van Pityogenes chalcographus (links) en adulten van Orthotomicus laricis (rechts) aangetroffen in hout (CC BY-SA 2.0 © Gilles San Martin)

Twee recente onderzoeksprojecten, SCOLIBE en METASCOL, brengen deze kevers beter in kaart en zorgen voor efficiëntere detectie en bestrijding.

SCOLIBE: de risicokevers in kaart gebracht

In het SCOLIBE‑project doken wetenschappers in de leefwereld van 165 keversoorten die bekend staan om hun invasief gedrag. Ze vroegen zich af welke van deze soorten zich zouden kunnen vestigen in België en welke schade ze hier kunnen aanrichten?

Door klimaatgegevens, waardplanten en informatie afkomstig van eerdere problemen met deze kevers te combineren, maakte het team een duidelijke rangschikking. Zo ontstonden vier prioriteitenlijsten die helpen bepalen op welke soorten we onze aandacht het best richten. Enkele soorten die bovenaan deze lijsten voorkomen zijn Platypus apicalis, Scolytus kirschii kirschii, Trypophloeus striatulus, Phloeotribus liminaris en Ips duplicatus. Deze laatste soort nadert België in sneltreinvaart: ze verspreidt zich momenteel vanuit Noordoost-Europa en is reeds aanwezig in Oostenrijk en Zwitserland. Oppassen geblazen dus.

lps duplicatus komt net als de letterzetter (Ips typographus) voor op den en fijnspar. Beide soorten lijken goed op elkaar, maar lps duplicatus is iets kleiner (2,8 tot 4,5 mm vs. 4,2 tot 5,5 mm voor de letterzetter). Onderscheid tussen beide soorten gebeurt meestal aan de hand van de vorm van de 4 ‘tanden’ achteraan de dekschilden (Fig 3).

lps duplicatus en lps typographus
Fig 3: lps duplicatus (links) en lps typographus (rechts) kan je best van elkaar onderscheiden aan de hand van de 4 ‘tanden’ achteraan het dekschild (oranje pijl) (© https://www.waldwissen.net/en/forestry/forest-protection/invasive-species/ips-duplicatus)

In het veld werd volop geëxperimenteerd met verschillende vallen. Het verrassende resultaat? Kleine, verspreid geplaatste waaiervallen – zogenaamde fan‑traps (fig 4) – bleken het meest geschikt om de grootste diversiteit aan soorten te detecteren. Deze kennis is essentieel voor wie in havens, opslagplaatsen of boomkwekerijen waakt over het vermijden van nieuwe introducties van deze kevers in ons land.

waaierval
Fig 4: Waaiervallen of fan-traps zijn ideaal om schors- en ambrosiakevers te vangen (© Gilles San Martin).

METASCOL: identificatie met DNA als nieuwe standaard

Waar SCOLIBE focuste op risico-inschatting en monitoringstrategieën, richt METASCOL zich op een andere uitdaging: de juiste soort daadwerkelijk herkennen.

Tot nu toe gebeurt dat voornamelijk onder de microscoop – een tijdrovend proces dat taxonomische expertise vereist. Maar die expertise wordt steeds schaarser.

Daarom onderzoekt METASCOL hoe DNA‑metabarcoding kan worden ingezet. Dit is een techniek waarbij DNA van kevers uit vallen wordt geanalyseerd om in één beweging alle aanwezige keversoorten te identificeren. De onderzoekers vergelijken verschillende methodes, bouwen uitgebreide DNA‑referentiedatabanken op en testen welke aanpak het meest betrouwbaar is.

Het doel van dit recent gestarte project? Een snelle, nauwkeurige én grootschalige manier om schorskevers op te sporen, zodat monitoringteams niet langer afhankelijk zijn van zeldzame specialisten.

Uitleg over principe van metabarcoding

Wil je nog meer te weten komen over metabarcoding? In dit filmpje wordt het duidelijk uitgelegd (weliswaar voor de detectie van schimmels i.p.v. insecten).

Waarom dit onderzoek telt

De combinatie van SCOLIBE en METASCOL biedt een krachtige vooruitgang in de bescherming van onze bossen. We weten beter welke soorten het grootste risico vormen, hoe we ze het beste kunnen opsporen en hoe we ze snel kunnen identificeren.

Zo ontstaat een toekomst waarin schadelijke kevers niet langer onzichtbare indringers zijn, maar vroegtijdig opgespoord en aangepakt worden – nog vóór ze schade kunnen aanrichten.

Wat doet ILVO?

Het Diagnosecentrum voor Planten (DCP) ontvangt op regelmatige basis houten verpakkingsmateriaal waarin houtborende kevers, zoals schorskevers, aanwezig kunnen zijn. Het FAVV bezorgt ons ook regelmatig kevervallen die ze in Belgische bossen hebben geplaatst. De taak van het DCP bestaat erin na te gaan of deze stalen al dan niet quarantaine‑ of enkel toegelaten (Europese) keversoorten bevatten en, in het geval dat een quarantaine-kever wordt aangetroffen, dit meteen te rapporteren aan het FAVV.

Vragen?

Contacteer ons

Jochem Bonte

Expert plantengezondheid en plantschadelijke insecten & mijten